Publicaties

Onze docenten en bestuursleden schrijven zelf ook artikelen en theoretisch publicaties. Deze zijn hier te vinden en te lezen.

Vorige pagina | Overzicht

Toegevoegd op 01/03 door Klaas Stuive

“Ik bid nie voor brune bonen… Wie kent die uitspraak niet. Het citaat is afkomstig uit het boek “Bartje” van de schrijver Anne de Vries (1904-1964). In de vierde klas van de lagere school werd dit boekje voorgelezen door een onderwijzer op de “Beeck Calcoenschool” in Utrecht. Aan het einde van een schooldag, als we rustig waren geweest en ons best hadden gedaan. Mooie herinneringen en om de één of andere reden, misschien ook wel door dit verhaal van Bartje, heeft het onderwerp bidden mij steeds geïntrigeerd... ”Bart is een kleine 8-jarige jongen uit het grote gezin Bartels, dat in het begin van de vorige eeuw in Drente woonde. Vader is landarbeider en werkt voor een schamel loontje voor een boer. Moeder Bartels zorgt thuis voor de kinderen en het huis en is om de haverklap weer zwanger, zodat de tiende al op komst is. De familie woont met z’n allen in een kleine woning die vader kan huren van een bevriende boer. Helaas is het huisje vrij klein, te klein voor zo’n groot gezin. Bartje ziet erg op tegen zijn vader en beschouwt hem als een held. Met zijn moeder kan hij niet zo goed opschieten vooral als ze hem een koolraapprakje belooft, omdat hij geen bruine bonen lust. Als hij die avond gewoon bruine bonen moet eten en daar ook nog voor moet bidden, komt Bartje in opstand met zijn: “Ik bid nie voor brune bonen…” .

Is bidden slechts een uiterlijk ritueel of heeft het bidden een diepere betekenis…?

Voor mijn kinderen is het antwoord simpel. Al dat zweverige gedoe heeft geen enkele waarde en God zorgt volgens hen niet voor het eten, dat doen de ouders in hun ogen. Zij denken slechts: “Ik heb honger en ik wil nu eten”. Als ik dan zeg dat ik in alles de aanwezigheid van God zie, in de natuur, in het voedsel, in onze gezondheid en in alles wat we doen of niet doen, dan hebben ze net als Bartje de neiging om te zeggen: “Ik bid niet voor het eten”. Als compromis geef ik steeds maar weer aan, dat ik even stil wil zijn om ook voor hen de zegen te vragen voor het voedsel dat voor ons staat en Hem dankbaarheid te tonen. “Here zegen deze spijzen, ik dank U Vader amen. In de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, amen. Simpele woorden maar voor jonge kinderen niet altijd te vatten. Ik hoop dat zij op een gegeven moment het diepe besef ervaren van het belang even stil te staan bij de aanwezigheid van God de Vader (Brahman).

Doel van bidden

Je kunt natuurlijk symbolisch een beetje voedsel aan je geliefde God offeren. Je kunt ook voor het eten bidden. Voor mij maakt dit eigenlijk niet uit als je maar respect toont voor het voedsel dat je krijgt. Belangrijk is dat je het doel van bidden goed voor ogen houdt. Doel van het bidden is te leren in alles Brahman te zien, zeggen Krishna of Jezus ons. Het is een contemplatief moment om de aanwezigheid van God in je zelf te voelen. Dankbaar te zijn dat je leeft en beweegt en in Hem je bestaan vindt. Als je dan gaat eten dan offer je het voedsel aan je Zelf. Het geeft je weer kracht en energie om verder te gaan. Het maakt je blijmoedig. Het eten is dan een feest, zelfs bij Mac Donalds. Immers, is niet alles na verwijdering van naam en vorm, Brahman…?

Op deze manier is bidden contact maken met God, danken voor dat wat je dagelijks mag leren en ontvangen (positief en negatief); bidden is ook loslaten van wensen en pijn (Uw wil geschiede). Bidden kun je de hele dag door op verschillende momenten doen: op je werk, op de fiets, in de supermarkt, etc.

Drie soorten voedsel

Een mens is wat hij of zij eet. Krishna zegt daarover in hoofdstuk XVII van de Bhagavad Gita dat het voedsel, dat we lekker vinden, van 3-erlei aard is. Het voedsel dat ons vitaliteit en kracht, gezondheid, blijmoedigheid en opgewektheid schenkt, hebben satvische (harmonische) mensen graag. De rajasische (actieve) mensen verlangen voedsel dat bitter, zuur, zout, heet, pikant, droog en brandend scherp is. Wat oudbakken, verschraald, rottend en bedorven is, overgeschoten restjes en onrein voedsel is, dat eten tamasische (trage) mensen graag. Toch waak ik er voor de ene mens beter te noemen dan de ander. Ik heb een keer een bejaarde vrouw ontmoet die voldeed aan de laatste beschrijving. De liefde die zij betoonde ten aanzien van dat eten, de manier waarop zij daar mee om ging was hartverwarmend, ook al gruwelde ik van het eten dat zij at…

Bidden als ritueel

Bidden is voor mij meer dan een ritueel. Als 6-jarige jongen zat ik naast mijn moeder in de kerkbank van de Gereformeerde Kerk in de wijk Tuindorp in Utrecht. De dominee was aan het bidden en ik deed stiekem mijn ogen open. Ik keek rond, zag wat ik zag en dacht: “voor mij is dit niet de essentie van bidden”. Volgens mij beoogt God de Vader of Jezus iets anders met bidden. Niet lang daarna kreeg ik op de zondagsschool een gebed aangereikt, dat ik steeds maar weer als een Mantra reciteer als ik me goed voel, als ik me niet goed of ongelukkig voel. In mooie tijden en in makkelijke tijden geeft dit gebed mij steeds weer kracht en troost. Jezus heeft ons op verzoek van zijn discipelen het volgende gebed nagelaten: “Vader Uw naam zij geheiligd, Uw Koninkrijk kome. Uw wil geschiede gelijk in de hemel als ook op aarde. Geeft U ons heden en dagelijks Uw (geestelijk) brood. Vergeef onze zonden, zoals wij ook de zonden van anderen zullen vergeven. Leidt ons niet in verzoeking, maar verlos ons van het boze, want van U is het Koninkrijk en de Kracht en de Heerlijkheid tot in alle eeuwigheid. Amen”. Dit gebed is van alle tijden. In de Bhagavad Gita kom je (een) dergelijk soort gebeden steeds weer tegen in het gesprek tussen Krishna en Arjuna.

Voedsel als Offer

Wat je ook doet, wat je ook eet, wat je ook offert, wat je ook schenkt als gift, wat je ook jezelf ontzegd, Arjuna, doe dat als offer aan Mij (Bh.G.IX-27). Ik ben het Zelf, tronend in het hart van alles schepselen, Ik ben het begin, het midden en einde van alles wat beweegt en leeft. Alles vindt in Mij zijn bestaan. Ik ben het zaad van al wat leeft. Er is niets, hetzij bewegend of niet bewegend dat zonder Mij kan bestaan (Bh.G.X-39). Ook voedsel als offer, is drievoudig van aard. Als je niet verlangt naar de vruchten van de handeling en gedreven bent door de overtuiging dat het offeren een belangrijke plicht is, is dit satvisch te noemen. Het offer dat juist gebracht wordt om er beter van te worden is rajasisch. Het offer in strijd met alle voorschriften, zonder lof zang of mantrams, zonder geloof en vertrouwen is tamasisch. In de Hatha Yoga Pradipika zegt Svatmarama dat we onze maag 1/3 met voedsel moeten vullen, 1/3 met water en 1/3 leeg moeten houden als offer aan de god Siva. Al die woorden zijn als parels in een oester en verdienen dus onze aandacht. Deze drievoudige kijk op alles wat we doen of we nu eten, op ons werk zijn of we nu thuis bij ons gezin en kinderen zijn, zie ik als een soort “Krishna-bril” die je kunt opzetten om naar je omgeving en naar jezelf te kijken. Het is niet een bril die je opzet om te veroordelen of om je gelijk te krijgen, maar een bril die je leert te onderscheiden in deze wereld, die Brahman ons heeft geschonken.

Reinheid in ruime zin

Yogi’s gaan niet dogmatisch (verkrampt) met voorschriften over voedsel om. Dit inzicht wordt bereikt door onderscheidingsvermogen. Voor bepaalde stromingen in de Yoga is het voedselvraagstuk altijd van groot belang geweest. Sommige hebben het belang sterk overdreven en zijn daarin doorgeschoten. Natuurlijk moet je rein voedsel van onrein voedsel leren te onderscheiden. Ook is het zo dat rein voedsel het satvische element in ons aanwakkert. Maar reinheid heeft voor mij een ruimere betekenis, namelijk naast uiterlijke reinheid, is er ook sprake van innerlijke reinheid. Met uiterlijke reinheid bedoel ik dan of je handen voor het eten hebt gewassen, netjes met mes en vork eet. Rein heeft hier dan meer de betekenis van hygiënisch. Innerlijke reinheid heeft dan meer te maken met het respect waarmee je met eten omgaat. Bidden voor het eten heeft te maken met innerlijke reinheid.

Voedsel in ruime zin

Ook het woord “voedsel” heeft voor mij een ruimere betekenis. Voor mij is “voedsel” alles wat wij via onze zintuigen tot ons nemen. In feite kun je alles wat we via de zintuigen tot ons nemen als voedsel voor lichaam en geest beschouwen. We hebben het hier dan over waarneming via de zintuigen en het ervaren van die waarneming op de verschillende energetische niveaus. Je kunt je waarneming en indrukken beperken tot het grofstoffelijke niveau. Bijvoorbeeld, je ziet drie prachtige buizerds hoog in de lucht vliegen en het doet je niet veel. Je zou dit “tamasisch voedsel” kunnen noemen. Maar je kunt ook de waarneming laten doordringen tot het subtiele niveau. In ons voorbeeld, je staat even stil bij de schoonheid van de natuur. We kunnen dit “satvisch voedsel” noemen. In het eerste geval is de indruk beperkt, maar in het tweede geval gaat je invoelingsvermogen verder. En als die waarneming en indruk je geest in volvoering brengt, dan zou je kunnen spreken van “rajasisch voedsel”. Nu even terug naar het voedsel. Je kunt happen en slikken, maar je kunt ook op een meer subtiele niveau van het eten genieten. De kleur, de geur, de smaak, etc, de energie en de kracht die het voedsel je geeft zijn namelijk ook aspecten van voedsel.

Slotopmerking

De kunst is dus om zuivere (reine) indrukken via het voedsel tot je te laten komen, zonder gehechtheid (aan voedsel), afkeer (voor bijvoorbeeld bruine bonen) of bedrieglijke schijn (bidden om de vorm). Die zuivere indruk is het besef dat alles Brahman is. De manier waarop je geest omgaat met voedsel heeft invloed op de manier waarop je lichaam op het voedsel reageert en omgekeerd. Je lichaam is dan als een tempel voor de Ziel. Het voedsel is dan als een liefdevol offer. Je schenkt Liefde aan je Zelf. Het gezegde: “Liefde gaat door de maag”, krijgt dan als betekenis een extra dimensie.

Archief

Geef een zoekopdracht

Laatste Tweets

Volg ons @RajaYogaNieuws