Publicaties

Onze docenten en bestuursleden schrijven zelf ook artikelen en theoretisch publicaties. Deze zijn hier te vinden en te lezen.

Vorige pagina | Overzicht

Toegevoegd op 25/12 door Ton Draaisma

Er was eens, niet zo lang geleden, een welvarend dorp. De boeren waren tevreden. Meer dan dat. Ze hadden veel kinderen, bezaten melkrijk vee, vruchtbare akkers. Om de zoveel jaar verbouwden zij andere soorten gewas. Zo ook in het jaar waar we over spreken: de boeren zaaiden hun beste akkers in met komkommerzaad. Onderwijl zongen ze lord shiva toe, de drie-ogige welwillende voeder van al wat leeft. Ze vroegen hem of hij zo vriendelijk wilde zijn de zaadjes tot rijpe en heerlijke komkommers te laten uitgroeien. Als tegenprestatie beloofden de boeren hem, hun weldoener, het eerste van de oogst.

Een klein zaadje hoorde dit gebed, hoorde dit gezang. Die lord shiva waar de boeren het over hadden leek hem een heel bijzonder persoon, iemand aan wie hij best graag geschonken wilde worden. Dus trok hij zijn stoute schoenen aan. “Hoe krijg ik dat voor elkaar, lord shiv?”, vroeg hij aan mahadev, de grote goddelijke shiv. “Het enige wat je hoeft te doen is jezelf loslaten en op mij vertrouwen”, antwoordde die. “Ik zal overal voor zorgen; voor de zon, voor water, voor de aarde, voor mest, voor alles wat je nodig hebt, iedere dag”.

De ongelovige blik in de ogen van het kleine zaadje ontging hem echter niet, dus verzekerde de onverstoorbare shiv hem: “als je jezelf aan mij overgeeft dan dráág ík je en zul je uitgroeien tot een prachtige komkommer; in alle vrijheid; dan komt vanzelf het moment waarop je rijp zult zijn en tussen je bladeren uit valt; dan vang ík je en zul je weten dat ík het was die steeds overal voor zorgde; en dat wat je kreeg precies dat was wat je nodig had; dan, al is het misschien wat aan de late kant, zul je je vrij weten en weten dat je dat altijd al was en altijd zult blijven”.

Het zaadje was hier heel blij mee. Dus begon hij gauw met simpelweg de geschenken van shiv aan te nemen en ervan te genieten. Opgetogen riep hij zijn broertjes en zusjes toe dat dit ook hún bestemming was. Helaas, die lachten hem uit. “Dom kleintje, je weet niet half hoe hard je zelf moet werken. En waarvoor helemaal? Ben je eenmaal rijp dan plukken de boeren je en word je verkocht op de markt; dan snijden ze je in stukken en beland je in de maag van de een of andere bruut. Die shiv van jou die komt je dan echt niet te hulp hoor!”

Dat bracht het zaadje behoorlijk in de war. Van afgunst en competitie had hij nog geen weet. Dus vroeg hij zich af of het niet toch beter was om er zelf ook maar eens het nodige aan te gaan doen. “Ik denk niet dat simpel zon, water, aarde en mest voldoende zijn; ik zal toch ook zélf mijn best moeten doen, anders lukt het niet”, zei hij bij zichzelf. Een beetje bang om lord shiv’s belofte in twijfel te trekken, dat was hij wel. Hij riep daarom om shiv shambo. Wie gelijk had, wilde hij weten. Ditmaal echter kwam er geen antwoord.

Nu moest hij zelf beslissen: “dan maar het zekere voor het onzekere en zelf aan de slag”, vond hij, “en uitzoeken hoe alles werkt”. Dus leerde hij hoe zaadjes ontspruiten, hoe de zon schijnt en hoe je je moet uitstrekken naar haar stralen. Waar water is en hoe je het drinken moet. Waaruit de aarde is samengesteld en hoe diep je er met je voeten in moet staan. Waar mest vandaan komt en hoe je het eten moet. Op het laatst wist hij haast alles wat je maar over rijp worden kunt weten. Zingen en bidden tot shiv, ook daarin werd hij een kei. Bij zijn broertjes en zusjes had hij er veel succes mee … Wat shiv al gevreesd had gebeurde: geleidelijk vergat het zaadje waar het allemaal om begonnen was.

En groeien en rijpen? Ja hoor, dat deed hij. En hoe! Alleen .. zijn bladeren groeiden mee. Niet zo’n beetje ook. Wat zwollen die op! Dat verontrustte het zaadje, inmiddels een duidelijke komkommer, danig. Geen mens die hem vertellen kon wat dáár tegen te doen was. En ja hoor, waar hij al bang voor was, op een dag, de zomer was al een heel eind gevorderd, vroeg in de ochtend .. met een schok werd hij wakker … helemaal ingeklemd, knap benauwd ... Als in een flits, opeens wist hij het weer, wat de grote shiv hem lang geleden had beloofd ... De schrik sloeg hem om het hart. “Ik heb zó hard gewerkt en ik ben zó goed gegroeid .. maar moet je mijn bladeren eens zien … hoe kom ik daar nu tussenuit?”, beklaagde hij zich half huilend.

Moe rustte hij wat uit. Zijn blik dwalend over het veld. Opeens zag hij daar al zijn broers en zusjes. Als was het voor het eerst. Sommigen, los van hun bladeren, lagen al op de grond, anderen prijkten fier er nog tussen. De een klein, de ander groot, de een kort, de ander lang. Wat waren die allemaal mooi rijp. “En dat terwijl ze mij destijds niet geloofden”, mompelde hij in zichzelf.

Langzaam boog hij zijn hoofd ... hij wilde zijn ogen wel dicht doen … toen juist zag hij zichzelf … verbaasd verrast … “ ‘ben net zo mooi, ben net zo rijp, net zo vrij”, zo ging door hem heen … “nooit anders geweest” … Geen tijd restte hem meer voor vreugde of spijt … alleen dat wonderlijke gevoel van bevrijding … waar kende hij dat van? … kwamen daar de boeren voor de oogst? … hoorde hij soms zingen?

Ton Draaisma - kerstmis 2002

(het verhaal van het komkommerzaadje als modern intercultureel sprookje verwijst naar de kerstboodschap uit het christendom door tussenkomst van de beroemde mahamrityunjayamantra uit het hinduïsme: “om trayambakam yajamahe sugandhim pushtivardhanam urvaruukamiva bandhanaan mrityormuksheeyam amritaat”; wat lord shiv (shiva) het komkommerzaadje beloofde (zie tweede en derde alinea) vormt van deze mantra de vrije vertaling)

Archief

Geef een zoekopdracht

Laatste Tweets

Volg ons @RajaYogaNieuws