Publicaties

Onze docenten en bestuursleden schrijven zelf ook artikelen en theoretisch publicaties. Deze zijn hier te vinden en te lezen.

Vorige pagina | Overzicht

Toegevoegd op 03/09 door Klaas Stuive

SANSKRIET, de taal van de klassieke Yoga.

In de klassieke Yoga worden veel Sanskrietnamen gebruikt, omdat het de meest oorspronkelijke taal is van oude wijsheid geschriften, zoals de Veda’s, Upanishads, de Aryanka’s, Samhitha’s, Yoga-Sutra’s, e.d. Er wordt gezegd dat ieder woord een kracht in zich heeft. Door het uitspreken van een woord, komt die kracht vrij en heeft dan extra uitwerking op ons bewustzijn. Dit geldt dus in het bijzonder voor Sanskrietwoorden. Immers, het Sanskriet is aan de mens overgeleverd door de goden.

Taalkundigen zijn van mening  dat het Sanskriet, Latijn, Griek, Germaans, Slavisch en nog enkele talen één grote familie vormen, afkomstig uit één bron, die het Indo-Europees wordt genoemd. Grammaticaal gezien heeft Sanskriet veel overeenkomsten met de Romaanse talen en het Grieks, maar qua woordenschat heeft het meer overeenkomsten met de Germaanse talen. Ten slotte evolueerde het gemiddeld Indiaas tot 'neo-Indiaas', dat wil zeggen tot de moderne levende talen zoals het Hindi en het Bengaals. Op die manier stammen alle neo-Indiase talen af van het Sanskriet.

Het woord is betekent ‘mooi gevormd, geschikt gemaakt’.  Vele literaire, wetenschappelijke etc. werken zijn in het Sanskriet geschreven. Deze teksten werden vroeger mondeling overgedragen. Daarom waren deze teksten vrijwel altijd geschreven in verzen of spreuken – S?tra’s, Sloka’s.

Volgens de Arische invasietheorie werd het zogeheten Vedisch Sanskriet vanaf ongeveer 5000 v. Chr. gesproken in Groot India (Zuid- en Centraal-Azië). Door de migratie van Arische stammen naar Perzië, Mesopotamië en Anatolië werd de taal ook meegenomen. Met zekerheid is vastgesteld dat een vorm van Indo-Arisch werd gesproken in de 14de eeuw v. Chr. dankzij Indo-Arische woorden in documenten die in het gebied van de Hethtieten zijn teruggevonden, opgesteld in hun eigen Indo-Europese taal. Eén zo'n document is een handboek over het trainen van paarden van ene Kikkuli uit het land van de Mitanniërs.

De oudste vorm van Sanskriet heet het ‘Vedisch'. Het is de taal waarin de Veda's zijn geschreven, zoals de Rg Veda, het meest antieke schrift. Het blijft echter moeilijk de Rig Veda zelf te dateren en dus ook het historische begin van de Vedische taal. Deze antieke hymnen werden vooral gereciteerd en van buiten geleerd (zelfs tot op vandaag) en het optekenen gebeurde pas relatief laat. Hun samenstelling is bovendien over verscheidene eeuwen gespreid. Volgens sommigen gaan de oudste teksten terug tot vóór het 2000 v.Chr. Volgens anderen is dit een mythe.

Het Vedisch Sanskriet, waarin de vier Veda's zijn opgesteld, verschilt van het klassieke Sanskriet in dezelfde mate als het Homerisch Grieks en het klassieke Grieks. Het Vedisch Sanskriet leidt tot het Preklassiek Sanskriet. Dit wordt gebruikt rond de 5e eenwu v.Chr. Dit is het Sanskriet dat Panini (ong. 500 v.Chr.), de oudst bekende grammaticus uit de Oudheid. Fonologisch en grammaticaal beschrijft hij het Sanskriet met een enorme nauwkeurigheid en gestrengheid. In zijn lijvig werk, de Aṣṭ?dhy?y?, houdt hij zich aan de taalregels en onderlijnt de formules die hij eigen aan de Vedische hymnen beschouwt. De taal werd hiermee taalkundig gestandaardiseerd.

Het is de taal van de grote klassieke literatuur van het Indisch subcontinent, waar zij nog steeds door een aantal Brahmanen-familie en bepaalde Hindoeïstische sekten wordt toegepast. Het is dus geen volkstaal, maar een cultuurtaal, die altijd bij een bepaalde sociale elite hoorde.

Het Sanskrit wordt meestal in het Devan?gar?-schrift geschreven.  Meestal wordt het Sanskrit in Romeinse lettertekens geschreven. Dat is wel behelpen, omdat het Sanskrit meer lettertekens kent dan het Romeinse schrift.

Het alfabet kent 50 letters. Men fluistert echter 54 en dat tweemaal, dus totaal 108. Dit is het aantal Tattvas (eigenschappen), die de god Siva in de schepping onderscheidt.

De klinkers zijn vrouwelijk, maar hebben een Sakti (mannelijke) uitwerking. Met andere woorden een Rajas-uitwerking. Deze zeven klinkers zijn: a, i, u, r, l, e, o.

De medeklinkers zijn mannelijk, maar hebben een Siva (vrouwelijke) uitwerking.

Deze zeven medeklinkers zijn: á, í, ú, ‘r, l, ai, au. Met andere woorden een Tamas-uitwerking. Samengevoegd kunnen zij dus leiden naar Sattva, harmonie.

Eén van de belangrijkste commentaren is van Patanjali (200 jaar BC), de codificeerder van de Yoga Sutra’s. Er is volgens Patanjali een relatie tussen Sabda (woord of klank), Artha (essentie) en Jnana (kennis of geestelijke activiteit). Mantra-wetenschap of Sabda-sastra, wetenschap van het woord, gebruikt deze kracht in relatie tot energiecentra (Chakra’s). Zij hebben een reinigende werking bij toepassing van de witte magie en een ziekmakende werking bij toepassing van zwarte magie.

Opleiding Sanskriet

Anne Stuive-Logemann heeft al jarenlang Sanskriet-les van dr. Maaike Mulder. De Stichting Raja Yoga Nederland geeft basis- en vervolgopleiding in Sanskriet.

Archief

Geef een zoekopdracht

Laatste Tweets

Volg ons @RajaYogaNieuws