Publicaties

Onze docenten en bestuursleden schrijven zelf ook artikelen en theoretisch publicaties. Deze zijn hier te vinden en te lezen.

Vorige pagina | Overzicht

Toegevoegd op 01/06 door Klaas Stuive

Voorwoord

Groet(Hari OM)
Intens dankbaar ben ik dat ik via de Yoga in contact mag komen met de bewustzijnsstroom van grote Yogi’s, zoals Jezus, Krishna, Boeddha en Patanjali. Bewustzijnsstromen die vanuit de geest van moeder aarde ons gelukkig nog steeds blijven beïnvloeden en de mens inspireren om de Waarheid te zoeken achter het leven hier op aarde. Dankbaar ben ik ook dat ik in dit gezelschap een persoonlijke beschouwing mag geven over Raja Yoga. Het zijn slechts gedachten die als wolken aan de hemel weer wegstromen en oplossen of klanken van gevoel die in meditatie uiteindelijk weer verstommen in de stilte. Een kijkje in mijn geest en gedachten over mijn geliefde Yoga, Om shanti.

Yogabrahmacharya

Inleiding

We hebben op de zaterdagochtend, ongeveer 10 maanden lang, een studie gemaakt van de Baghavad Gita, als verplichte literatuur voor de opleiding tot Raja Yogadocent.
Vandaag tijdens deze satsang wil ik deze studie – samen met vele toehoorders - met jullie afronden door de 18 Yogavormen, die door Krishna zijn uitgelegd, in een samenhangende en afrondende zin aan jullie te presenteren. Ik ben er achter gekomen dat deze vormen niet los staan van elkaar, maar eigenlijk 18 stappen zijn om te komen tot Zelfrealisatie. Als aanvulling op de Yogasutras van Patanjali vormen deze 18 stappen het eigenlijke, wijsgerige fundament van de klassieke Yoga.

Mijn afsluitende lezing voor dit jaar draagt als titel Yogavad Gita, het Hooglied van Yoga.
De naam is afgeleid van Bhagavad Gita, het Hooglied van de Heer. Deze laatste bevat de leringen van Krishna samengevat in 18 hoofdstukken. Ieder hoofdstuk draagt de naam van een Yogavorm. Ik heb deze titel (Yogavad Gita) gekozen omdat je via de Yoga één kan worden met de Allerhoogste en dan pas in staat bent om het ware Hooglied te zingen. Hoogliederen komen ook voor de in Bijbel. Deze liederen zijn geschreven door Koning David en Salomo. Het zijn mooie Lofliederen aan God de Vader.

De Bhagavad Gita is één van de belangrijkste Yogawerken uit India. Het verhaalt over een dialoog tussen Arjuna (een voortreffelijke mens) en Krishna (incarnatie van Vishnu).
Het werd ingepast in de Mahabharata, één van werelds grootste epos. Het is ook het langste gedicht dat ooit is geschreven in het Sanskriet en bevat meer dan 100.000 verzen. Het verhaalt over de historie van een koninklijke familie Bharata, die heerste over wat nu heet India. Het vertelt een bloedig verhaal over twee concurrerende familie de Pandavas, bestaande uit vijf broers, waar onder Arjuna en de Kauravas, bestaande uit honderd broers. Diverse legende, mystieke verhalen passeren de revue in dit epos. De Bhagavad Gita vormt een onderdeel van deze grote epos. Daarin worden de leringen van Krishna beschreven in een dialoog tussen één van de Pandavas, Arjuna en Krishna. Deze dialoog speelt zich af midden tussen de strijdende legers.

De opbouw van de BG is bijzonder. Het verhaal is, volgens overlevering, geschreven door Vyasa, een Yogi van hoge orde. Ganesha, een goddelijke olifantmens, assisteert hem daarbij als schrijver. Hij schrijft alleen op van Vyasa wat hij zelf begrijpt. Vyasa vertelt wat hij ziet op het slagveld aan de regent Dhritharasthra, de stamoudste van de Kaurakas. Hij had 100 zonen. Deze nam het Koninkrijk waar voor de Pandavas. Deze regent was blind en mocht om die reden nooit als koning regeren. Hij weigerde echter de troon over te dragen aan de Pandavas.

Er ontstond een strijd om de macht en op een slimme manier werden de Pandavas onthouden om de troon te bestijgen. De oudste broer van de Pandavas was een gokker en hij verloor op een valse manier het koninkrijk. Dit werd door ingrijpen van de Voorzienigheid omgezet tot een verbanning van 12 jaar buiten het rijk. Daar in het woud heeft vooral Arjuna zich bekwaamd in de Yoga. Toen hij de leringen kreeg van Krishna was hij dus al een ingewijde met vele shiddis (vermogens), zoals het altijd raak kunnen schieten met zijn boog zelfs met een blinddoek om. Een oorlog was onvermijdelijk ondanks bemiddeling van Krishna, een vriend, neef en leraar van Arjuna. Krishna stelde de beide families voor de keuze. Ze mochten Hem kiezen of zijn legers. De Kaurakas kozen de legers van Krishna. Arjuna wilde Krishna als zijn leidsman op zijn strijdwagen. Daarmee was de strijd symbolisch gesproken al beslist, want Arjuna koos voor het goddelijke als zijn leidsman, terwijl zijn concurrent koos voor de het materiele, stoffelijke. Toen de legers tegen over elkaar opgesteld stonden voor een verschrikkelijke oorlog ontstond, raakte Arjuna in een crisis en weigerde in eerste instantie de oorlog te beginnen. In de legers van zijn concurrent zag hij namelijk allerlei bekenden: leraren, familieleden en vrienden. Toch werd hij door Krishna tot de orde geroepen, omdat hij afweek van zijn dharma als ksatrya.

Iedere Yogavorm heeft zijn eigen boodschap om te komen tot eenwording met de Allerhoogste (Brahman). Deze boodschap wordt op een sublieme manier door de grote Avatar Krishna verwoord.  Ik zal proberen de kern van die boodschap voor jullie samen te vatten.

Hooglied over Yoga (Yogavad Gita)

1. Vishada Yoga (Crisis Yoga)
Er is vaak een crisis nodig om weer te komen in de juiste stroom van je zelf.
Als je vervreemdt van je innerlijke Zelf, maar uiteindelijk na een crisis kiest voor dharma met een grote D, dan is de overwinnaar op het slagveld van de Ziel al van te voren bekend. Als je voor de Eeuwige en Allerhoogste kiest, dan zal uiteindelijk de overwinning de bevrijding van je Ziel zijn.

Dat kunnen we afleiden uit vers 10. “Toch schijnt ons leger, ofschoon door Bhisma aangevoerd ontoereikend (?), terwijl hun leger, hoewel door Bhima aangevoerd, toereikend schijnt” (10). De Kaurakas hadden de legers gekregen van Krishna en waren getalsmatig veel sterker. De legers van de Pandavas waren in aantal kleiner, maar Arjuna had Krishna als leidsman op zijn strijdwagen. Maar ja, dan moet Arjuna eerst door Krishna tot de orde geroepen worden. Aan het einde van het hoofdstuk zonk Arjuna na veel geklaagd achter in zijn strijdwagen neer en wierp zijn pijlen en boog van zich af, overweldigend door zelfmedelijden (45).

2. Sankhya Yoga (Wetenschap van de Ziel)
Om tot een juist onderscheidingsvermogen te komen is inzicht in de wetenschap van de Ziel een must. Daarom geeft Krishna allereerst een beschrijving van de wijze waarop de Ziel neerdaalt en tot manifestatie komt. Zolang er nog Karma is zal de Ziel steeds weer reïncarneren. Krishna  verwoordt hier de wetenschap van de Ziel die door de Sankhya Yogis is overgedragen, namelijk de Ziel van alle wezens is niet te doden, want het is Eeuwig en goddelijk. Je kunt het vergelijken met een druppel water uit de oceaan. De druppel is van de zelfde substantie als de oceaan.

De Ziel is het eeuwige, goddelijke aspect afkomstig uit de Oerbron van Alles en de Ziel in reïncarnatie bedient zich van tijdelijke lichamen (anandamayakosha, vijnanamayakosha, manomayakosha, pranamayakosha, anamayakosha). Deze lichamen - welke bewoond worden door die Ene onsterfelijke, onvernietigbare en oneindige - zijn zoals men weet sterfelijk. Daarom Arjuna stop met geklaag, strijd (18), want de Ziel kun je namelijk nooit doden.

Om tot die ervaring te komen dat het Eeuwige altijd bij ons is als de schaduw van je lichaam moet je de geest harmonisch maken, zegt Krishna. Als je gehecht bent aan het objecten van de zinnen, dan ontstaat als gevolg van begoocheling een onrustige geest (verward geheugen). Een onrustige geest maakt de buddhi functie in je geest zwak en daardoor raak je in een crisis (62-66). Met buddhi wordt hier onderscheidingsvermogen bedoeld. Krishna vergelijkt het met een stuurloos schip die door de stormwind over de oceaan wordt gejaagd. Maar de mens met zelfbeheersing, die zich beweegt temidden van de objecten der zinnen zonder daaraan gehecht te raken en die zich heeft onderworpen aan het innerlijke Zelf, komt tot “vrede des harten”. En in die vrede wordt alle leed en smart gedoofd, omdat buddhi zich snel weer herstelt. Als je deze geestelijke staat hebt bereikt dan raak je nooit meer in verwarring (in een crisis).

3. Karma Yoga (Yoga van Handelen)
Er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Krishna echter raadt Arjuna in dit hoofdstuk aan om zijn handelingen als Ksatrya in dienst te stellen van het Eeuwige en met als doel het welzijn van de mensheid. Je kunt daarbij twee paden van discipline bewandelen, namelijk het pad van Jnana Yoga van de Sankhyas of van Karma Yoga van de Yogis (3).

Alles in dit leven berust op handelen, want dat is een aangeboren eigenschap van de mens en van de natuur (5). De wereld wordt door handelingen gekluisterd, tenzij men deze verricht als een offer, vrij van gehechtheid (9). Dat is ook de opdracht die door de Schepper is meegegeven aan de mens, namelijk “Ga heen, vermenigvuldig u en moge het u de vervulling geven van uw begeerten” (10), maar als je via het offeren in verbinding blijft met de Allerhoogste verbrand je karma (zonde). Een wijs mens handelt dus ongehecht met als doel het welzijn van de wereld (25), maar dan moet je wel je ego verslaan (42). In feite is dat de grootste strijd. De strijd bij Kurushetra is dus symbolisch de strijd tussen het lagere en hogere Zelf.

4. Jnana Yoga (Yoga van Wijsheid)
Krishna legt hier uit waar de oorsprong van de Yoga ligt. In de Hatha Yoga Pradipika lezen we dat de Yoga door god Siva aan de mens is geschonken. Yoga is esoterische wijsheid die niet uit een boekje te leren is.

De Allerhoogste heeft de Yogawijsheid overgedragen aan Visvasvan (Zon), die aan Manu (1ste Boeddha) en die aan Ikshvaku (1ste Zonnekoning) en daarna bleef de Yogawijsheid bekend bij de Rajarshis (Koninklijke Wijzen) (1-2). Na verloop van tijd raakt die wijsheid in verval en dan komt er gelukkig weer een Avatar, die de mensheid weer op het goede spoor moet zetten (6). Ook nu besteedt Krishna in dit hoofdstuk weer aandacht aan het handelen als een soort offer. Hij drukt dit prachtig als volgt uit: “Het eeuwige Brahman als offergave, het eeuwige Brahman als gezuiverde boter worden geofferd in het eeuwige Brahman, die terwijl hij handelingen verricht, in contemplatie van het eeuwige Brahman is verzonken “ (24). Door het handelen vanuit deze wijsheid verhef je jezelf boven de paren van tegenstellingen (22).

5. Sannyasa Yoga (Yoga van Verzaking)
De kern van dit hoofdstuk is dat je met Yoga midden in het leven moet blijven staan. Het is niet verstandig om je te vervreemden van je omgeving. Met Yoga zullen we moeten leren om te blijven “verbinden”, niet alleen “horizontaal” (in ons sociaal leven), maar ook “verticaal” (met het goddelijke in ons). Welke naam een Yogavorm ook heeft, als het gebaseerd is op de klassieke Yoga, volgens de Himalaya traditie, dan maakt het niet uit welke naam deze vorm en voor welke vorm je ook kiest. Wel is het belangrijk een goede leraar te zoeken die je begeleidt op het pad van Yoga.

Arjuna heeft moeite met het onderscheid tussen Sannyasa en Karma Yoga en vraagt welke vorm van Yoga nu het beste is. Beide paden voeren tot het hoogste geluk en de ervaring van Sad-Cit-Ananda. Dat wil zeggen die ultieme ervaring van het goddelijke bewustzijn. Slechts onwetenden maken hier onderscheid tussen (4). Toch geeft Krishna de voorkeur aan Karma Yoga boven Sannyasa Yoga (2) om reden dat Sannyasa niet te bereiken of aan te leren is zonder Yoga.

Je opsluiten in een klooster, maakt je dus nog geen Yogi. Want hij die door Yoga tot harmonie is gebracht, wiens zelf zuiver is geworden, wiens zinnen onderworpen zijn, wiens zelf het Zelf van alle schepselen is, wordt niet bezoedeld, al handelt hij (7). Hij die handelt en alle handelingen aan de voeten legt van Brahman en alle gehechtheid en begeerte laat varen, wordt niet aangetast door zonde, evenmin als een lotusblad door water (10). Een verlichte wijze (een echte Sannyasi) maakt geen enkel onderscheid en kijkt naar een ieder als een gelijke (18).

6. Dhyana Yoga (Yoga van Meditatie)
Yoga zonder meditatie is geen Yoga. Nu Krishna wat beschouwende achtergronden over de twee Yogapaden aan Arjuna heeft toegelicht, vindt Hij dat nu het tijd wordt om hem meer kennis te verstrekken over meditatie en het belang daarvan.

Laat daarom (in meditatie) je ego verheffen tot je Ziel en niet toelaten dat je ego neerslachtig wordt, want de Ziel is de vriend van je ego en tegelijkertijd is de Ziel de vijand van je ego (5). De Ziel wordt je vriend als deze je ego heeft overwonnen. Als dit niet lukt wordt je niet onder bedwang gekregen ego een vijand (6). Vandaar het belang om je denken éénpuntig (ekagra) te maken, de werkingen van je zinnen onder controle te brengen, want door Yogameditatie reinig je de werking van je ego (12). Ga daarom zitten in meditatie met een rechte rug, hals en hoofd en richt met gesloten ogen de blik op de punt van je neus (13). Hiermee wordt Ajna chakra bedoeld. Als je meer gevorderd bent dan kun je de blik richten op Sahasrara chakra. Vergeet echter niet ook aandacht te schenken aan Anahatha Chakra, het centrum van de Liefde. Waarlijk (hogere) Yoga verdrijft al je pijn (17). Je moet wel steeds blijven oefenen, je energie naar omhoog richten (36) en je proberen te onthechten van alles wat je bindt aan het stoffelijke (35).

7. Vijnana Yoga (Yoga van Hogere kennis)
Hogere kennis is niet uit een boekje te leren. Je moet het zelf ervaren door meditatie of via een goede leraar. Er zijn vele vormen van kennis. Kennis van de stoffelijke wereld, maar ook kennis vanuit de subtiele wereld. Hogere kennis kunnen we volgens Patanjali verkrijgen door samyama (meditatie) te beoefenen. Het zijn in feite diepere inzichten over alles wat leeft en beweegt en zijn bestaan vindt in die Al-Ene. Maar toch is het belangrijk niet te vergeten wat in het vorige hoofdstuk is gezegd, namelijk je moet je ego steeds weer op laten gaan in de Ziel.

Krishna zegt hierover. De achtvoudige lagere natuur van de Al-Ene bestaat uit aarde, water, vuur, lucht, ether, het denken, het Intellect (buddhi) en het ik-besef (ahamkara) (4). Zijn hogere natuur bestaat uit alles afkomstig is uit Moederschoot. Ik (Purusha) ben de bron, waar uit het ganse heelal voortkomt en eveneens de plaats waarin alles weer verzinkt (5). Er is niets wat hoger is dan Ik. Alles is aan Mij geregen als rijen parelen aan een snoer (Sutratman) (6). De ganse wereld wordt misleid door de trigunas (tamas, rajas, satva), vandaar dan men Mijn verheven onvergankelijkheid niet kent (13). Zij zitten gevangen in Maya. Zij die Mij kennen als de kennis over elementen, kennis over de goddelijke wezens, kennis over het offer zullen harmonisch worden van denken en zich Mij herinneren in het uur van hun verscheiden (30).

8. Brahma(n) Yoga (Yoga van Brahman)
De god Brahma is één van de drie goden, naast Vishnu en Siva. De Allerhoogste wordt echter Brahman genoemd. Arjuna hongert nu naar meer kennis en wil meer inzicht krijgen over krijgen en stelt verschillende vragen over dit onderwerp. Als kennis goed smaakt, dan vraagt het om meer. In feite (als je heel eerlijk bent) komt je tot besef dat je in het diepst van je wezen deze kennis als bezit. Dat is een aparte gewaarwording. Ook ga je beseffen dat hoe meer je weet, hoe meer je beseft dat je nog maar zo weinig weet. Dat zijn twee aparte gewaarwordingen. Je moet echter beseffen dat alle kennis over Brahman toch ons menselijk verstand te boven gaat. Toch kunnen we Brahman in ons zelf leren ervaren.

Het Onvergankelijke, het Allerhoogste, het Absolute is het eeuwige Brahman. Hij is de Oerbron van alles, Hij is onze Inner Teacher, Onze innerlijke Getuige (4). Je kunt Brahman leren kennen door alle poorten te sluiten, het bewustzijn in het hart besloten houden, de levensadem vasthouden in het hoofd en op deze wijze in meditatie te gaan (12). Ook door het reciteren van de mantra AUM en oefenen van UNMANI. Als je uiteindelijk één kunt worden met Brahman doorbreek je de cyclus van leven en dood (16). Er zijn twee paden om dit alles te bereiken: het noordelijke (pad van de zon) en het zuidelijke pad (pad van de maan), waarmee pranayama wordt bedoeld en het leren omgaan met Siva en sakti energie (24 en 25). Als je de echte pranayama kent raak je nooit meer in verwarring en bereik je de allerhoogste staat van het Oerbegin (28).

9. Raja Yoga (Koninklijke Yoga)
In dit hoofdstuk krijgen we een stuk historie over Yoga. Yoga werd in vroegere tijden aan het hof van Koningen door priesters of Yogis aan leden van het koninklijke huis onderricht. Later is het aan de wereld bekend gemaakt. Yoga behoorde dus vroeger tot de geheime leer. Gelukkig is het nu aan de wereld bekend gemaakt.

Koninklijke wetenschap, koninklijke geheim, aller verhevenste loutering is het; intuïtief te ervaren, in overeenstemming met de wet van Dharma, heel gemakkelijk te beoefenen, onvergankelijk (2). Iedereen kan dit koninklijk pad bewandelen, iedereen kan het aanleren en een het steeds intensere gevoel ervaren van het goddelijke in ons. We kunnen ons zelf dus tot koning kronen met behulp van Yoga. We hoeven alleen maar onze aandacht te richten op Hem en Hem toegewijd te zijn, alles te offeren aan Hem en in eerbied, vol deemoed voor Hem te knielen (34).

10. Vibhuti Yoga
Met hogere Yoga krijg je innerlijke vermogens. Het woord Vhibuti betekent hogere vermogens. Patanjali heeft er zelfs een heel hoofdstuk aan gewijd. Als je blijft mediteren, dan krijg je het vermogen om te onderscheiden (10) en wordt je Intelligenter (buddhi Yoga).

Vermogens krijg je als het licht van wijsheid in je gaat schijnen (11). Arjuna vraagt uit welke hoedanigheden het goddelijke bestaat en dan volgt er een niet limitatieve opsomming waaruit nog eens duidelijk blijkt dat de Oerbron in alles vertegenwoordigd is, maar zonder zich te hechten. Maar ja, zegt Krishna, wat voor nut heeft kennis van al deze details over Brahman. Dit ganse universum doordrongen hebbend met een uiterst klein deel van Mij zelf (ekamsena, eka amsena), blijf Ik altijd die Ik ben (34). De kosmos is slechts een openbaring in tijd en ruimte. Brahman is boven tijd en ruimte verheven.

11. Visvaru Yoga (Yoga van het goddelijke visioen)
Vanaf nu is de begoocheling van Arjuna verdwenen. Hij weet nu het onderscheid tussen het vergankelijke en het onvergankelijke. Hij vraagt aan Krishna het onvergankelijke Zelf te mogen ervaren. Krishna neemt hem in samadhi mee en laat hem het goddelijke visioen zien. Deze zelfde ervaring kun je ook lezen in de Bijbel. Mozes, Jacob en Jezus hebben ook dit visoen mogen ervaren. Maar je moet er wel aan toe zijn, anders wordt je gek (bij wijze van spreken).

Daar aanschouwde Arjuna het ganse heelal in al zijn veelvuldigheid als één in het lichaam van de God der goden (13). Overweldigd en verbijsterd boog Arjuna, wiens haren te berge rezen, het hoofd diep voor de Heer en met de handpalmen tegen elkaar, vertelde hij aan Krishna wat hij zag. Hij heeft dit alles kunnen schouwen door Atman Yoga (47). Er ontstaat een prachtige dialoog als een soort lofzang op de heer. De Bhagavad Gita (het hemelse lied) kun je dus in de kern hier lezen.

12. Bhakti Yoga (Yoga van Toewijding)
Als je (net als Arjuna) dit goddelijke visioen hebt mogen ervaren, dan kan het niet anders dat je Bhakti Yoga gaat beoefenen en een toegewijde dienaar wordt van die Al-ene. Patanjali spreekt in dit verband over  isvarapranidhana: volledige overgave aan Isvara. Daar heb je wel vertrouwen (Shradda Yoga) voor nodig. Yoga zonder Bhakti is dus geen Yoga. Toch blijft het oefenen, steeds weer oefenen. Krishna geeft ons ook adviezen als het ons niet lukt om in Bhakti Yoga te blijven.

Zij die met hun aandacht op Mij (Parameshvara, Saguna-brahman) gericht, steeds evenwichtig, Mij aanbidden, vervuld van absoluut vertrouwen, deze zijn, naar mijn overtuiging, het meest harmonisch in Yoga (3). Wie geheel vervuld van mij alle handelingen aan Mij wijden (Karma Yoga), Mij (als gemanifesteerde goddelijke) aanbidden, constant op Mij mediteren, met onwrikbare toewijding (6). Hen hef ik snel omhoog uit de oceaan van geboorte en dood, omdat hun aandacht op Mij is gericht (7). Vestig uw aandacht op Mij, laat buddhi in Mij opgaan; dan zul je zonder twijfel in de wereld hierna (na het overlijden) in Mij verblijven (7).

Ter afsluiting enige adviezen van Krishna (9-12):

  1. Maar als dit lukt om steeds de aandacht op Mij gericht te houden, probeer dan tot Mij te komen door de Abhyasa Yoga (Yoga van Oefening).
  2. Als dat niet lukt houd u dan ijverig bezig met dienst aan Mij; door handeling te verrichten om Mijnentwil, zult je shiddis verkrijgen, die je verder zal helpen.
  3. Als je daar zelfs niet de kracht toe hebt, neem dan de toevlucht tot eenwording met Mij; geef alle vruchten van handeling op en beoefen zelfbeheersing; onderwerp je ego aan het Zelf.
  4. Hogere kennis (Jnana Yoga) is beter dan constante oefening van concentratie (Dhyana Yoga), meditatie is beter dan kennis, beter dan meditatie is verzaking van vruchten van handeling (Karma Yoga); op verzaking van vruchten van handeling volgt onmiddellijk vrede (shanti).

Slotopmerking
De hoofdstukken hierna zijn in feite uitwerkingen van de vorige hoofdstukken.
In volgorde laat ik deze hoofdstukken nog even de revue passeren om de samenvatting compleet te maken.

  1. Hoe kun je leren te onderscheiden (Vibhoga Yoga).
  2. Hoe kun je leren de wet van beweging te begrijpen (Gunatraya Yoga)
  3. Hoe kun je het Goddelijke Bewustzijn ervaren (Purusha Yoga)
  4. Hoe kun je het goddelijke en niet goddelijke leren onderscheiden (Daiva-Sura Yoga)
  5. Hoe kom je tot volkomen vertrouwen (Shradda Yoga)
  6. Hoe kom je uiteindelijk tot volkomen bevrijding (Moksha Yoga)

Nieuwegein, juni 2006

Klaas Stuive
(Yogabrahmacharya)

© 2011 Stichting Raja Yoga Nederland

Archief

Geef een zoekopdracht

Laatste Tweets

Volg ons @RajaYogaNieuws