Berichten

Welkom bij het laatste nieuws en alle laatste agendapunten die u niet mag missen!

Vorige pagina | Overzicht

Inleiding op de Brahma Vedanta

Toegevoegd op 03-12-2010

Er zijn vele commentaren op de Brahma Vendanta of Brahma Sutras geschreven, maar voor de westerling zijn al die commentaren moeilijk toegankelijk. Vooral het gemis aan kennis over de Vedas en Upanishads is daarbij een groot struikelblok. Dit is de reden waarom wij een poging wagen om een Nederlandse toelichting op deze sutras te schrijven. Een andere reden is dat wij van mening zijn dat dit werk verplichte literatuur is voor een ieder die de klassieke Yoga bestudeert.

Inleiding op de Brahma Vedanta
Hier volgt een inleiding op de Brahma Sutras van Vyasa. Ik ben nu bezig om een eigen toelichting te schrijven op de eerste paar hoofdstukken. Dit boek is onlangs verschenen. Hier een inleiding.

Waarom een eigen toelichting op de Brahma Vendanta?
Er zijn vele commentaren op de Brahma Vendanta of Brahma Sutras geschreven, maar voor de westerling zijn al die commentaren moeilijk toegankelijk. Vooral het gemis aan kennis over de Vedas en Upanishads is daarbij een groot struikelblok. Dit is de reden waarom ik een poging waag om een Nederlandse toelichting op deze sutras te schrijven. Een andere reden is dat ik van mening ben dat dit werk verplichte literatuur is voor een ieder die de klassieke Yoga bestudeert. De woorden “nadere toelichting” op de voorpagina is te veel eer aan mijn kant. Ik heb namelijk dankbaar gebruik gemaakt van de Engelse toelichting door Swami Sivananda uit Rishikesh India. Zijn toelichting heb ik gratis gedownload en in samenvattende zin op een vrije manier in het Nederlands vertaald. Daarna heb ik de teksten op mijn eigen wijze bewerkt, nog eens bewerkt en aangevuld. Om de toelichting toegankelijker te maken, heb ik een extra verbinding gezocht met de Yoga-sutras van Patanjali en de Bijbel. De Bijbel is namelijk voor mij ook een Yogaboek indien je dit werk esoterisch interpreteerd. Voor mij staat vast dat Aardsvaderen, zoals Abraham, Jacob, Jozef, Mozes en de vele hoge priesters kennis droegen van de klassieke Yoga.

Is India bakermat van alle religies?
India is de bakermat van alle religies op aarde. Eén van de werken die daar veel invloed op heeft uitgeoefend zijn de Brahma Sutras. De Brahma Sutras ook wel de Brahma Vedanta genoemd worden met recht gezien als een basiswerk van de Indiase filosofie. Het bevat de doctrine van het zogeheten Absolute Monisme, dat wil zeggen dat slechts het bestaan van Brahman, als de Allerhoogste Godheid, wordt erkend en alle wijsgerige stromingen die een dergelijke benadering ontkennen of er een andere interpretatie op na houden van de hand wijzen. Dit unieke werk wordt toegeschreven aan één van de grootste wijsgeren uit India, Vyasa. Aan hem wordt ook het Indiase epos “Maha Bharata” en de “Bhagavad Gita” toegeschreven.

Waarom hing Vyasa het monisme (er is maar één God) aan?
De bedoeling van Vyasa bij het schrijven van de Braha Sutras was om volkomen duidelijkheid te scheppen dat achter alles in deze wereld slechts één Absolute Entiteit aanwezig is. Deze hang naar het Monisme is cultuur-historisch te verklaren. In India kent men een religieuze cultuur met ontelbare goden. Ook in de Egyptische, Griekse en Romeinse cultuur kende men een pallet aan goden en godenverering. Oude tempels zijn er het bewijs van. Vele oorlogen zijn ontstaan om aan te tonen dat hun god de sterkste en grootste was.

Is religie een smeltkroes van invloeden?
Religies hebben elkaar onderling bewijsbaar beïnvloed via de oude handelsroutes en veroveringen van het ene volk op het andere. Religieuze gebruiken zijn door de eeuwen een soort smeltkroes geworden. Zo is de godin Isis uit de Egyptische godenrijk bijvoorbeeld te vergelijken met moeder Maria uit de Rooms-katholieke kerk. Ook de zogenoemde heidense goden hebben hun invloed gehad op de kerkelijke traditie. Vele christelijke feesten, zoals het kerstfeest, herinneren ons aan dit verre verleden van godenverering. In de Joodse traditie kende men ooit stamgod Jaweh, die later door de Christelijke traditie als de Allerhoogste godheid is omarmd. Esoterisch gesproken werden de goden in een zekere hiërarchie geplaatst waar zij bepaalde machten of entiteiten vertegenwoordigde. Een voorbeeld daarvan is bijvoorbeeld Wodan, de dondergod of Neptunes, de zeegod.

Onder welke vorm van Yoga valt Brahma Vendanta?
Kijkend naar de opbouw van de Brahma Sutras, dan kun je constateren dat dit werk behoort tot de Jnana Yoga. Het woord Jnana betekent kennis. Via de redenering en de logica worden alle Indiase stromingen die de Werkelijkheid interpreteren door Vyasa onder de loep genomen en onderbouwd afgewezen. Dit geldt zowel voor de Sankhya filosofie, als voor het Boeddhisme. Zelfs de Yoga-sutras van Patanjali zijn in deze Shastra bekritiseerd en ter zijde gelegd, omdat Patanjali de Oerstof (Prakritti) erkende als een wezenlijk element in de schepping. Een dergelijke filosofie wordt dus door de Brahma Sutras principieel afgewezen. Deze kosmische oerstof wordt niet gezien als een intelligente entiteit. De enige Absolute Intelligentie is die van Brahman.

Hoe zijn de heilige boeken tot ons gekomen?
De Brahma Sutras, ook wel de wetenschap van Brahman genoemd, zijn interpretaties van de Vedas en Upanishads. De Vedas en Upanishads worden in India gezien als heilig en eeuwig.

De Vedas zijn (volgens overlevering) tot ons gekomen “via de adem van Brahma”. Het is vastgelegd in het kosmische geheugen of de zogeheten “Akasha Kronieken”. De latere Upanishads en Samhithas zijn allemaal teksten die de Vedas voor het gewone volk en de leerlingen van Yoga toegankelijker moesten maken. Zij behoren allen tot de Vedanta filosofie. De Vendanta is het authentieke resultaat van transcendente ervaringen of van directe realisaties van grote Hindu Rishis of Indiase heiligen. Om tot die realisaties te komen beoefende zij allen Yoga. Yoga is van alle tijden en gaat terug tot in de oertijd.

Een mooi voorbeeld over de wijze waarop de Yoga tot ons is gekomen vind je in de Hatha Yoga Pradipika.

Siva de god van de Yogis leerde op een dag aan zijn vrouw Parvatti de Hatha Yoga. Een mensvis Matyendra keek de oefeningen zogenaamd stiekum af. Matyendra bracht deze weer over aan zijn volgelingen. Hij werd later de Koning van de Vissen.

Vandaar uit werd de Yoga verspreid onder alle wezens op aarde. Matyendra is een voorbeeld van een gerealiseerd wezen (vismens). Zo kennen alle wezens daar voorbeelden van. Volgens de Hatha Yoga Pradipika zijn er 8,4 miljoen houdingen (asanas). Dat zijn het aantal wezens op aarde. In de geheime leer staat dat de ziel in alle evolutie stadia van diens “stoffelijke voertuigen” (elementen, stenen, planten, vissen, amfibische dieren, mensen, etc) de Yoga als een goddelijke eigenschap heeft meegenomen. Alleen in het voertuig van de mens is de ziel in staat tot Zelfrealisatie. Er staat zelfs geschreven in de Upanshads dat de goden daarom jaloers zijn op de mens. Het stoffelijke lichaam is geschapen “naar Gods evenbeeld”. Dat betekent dat alle bewustzijnsstadia, dus ook het goddelijke, toegangelijk is als men de geheime sleutels vanuit de Yoga Vidhya kent. Het lichaam wordt in die opvatting gezien als de “tempel van de ziel”. Ook wordt daarin de opvatting gehuldigd dat alle sterren, planeten, zonnen en manen en dergelijke in het heelal eveneens door alle bewustzijnsstadia zijn heengegaan en daar een hogere kosmische orde (stelsel) vertegenwoordigen.

De meeste heilige boeken van de Hindoes waren oorspronkelijk in het geheugen van de priesters vastgelegd. Deze religieuze poëzie werd mondeling overgeleverd tot dat ze uiteindelijk op schrift zijn gesteld. Het vroegste manuscript van de RigVeda bijvoorbeeld dateert van bijna 3500 jaar geleden en is geschreven in Sanskriet. Sanskriet is een oorspronkelijke, zeer oude taal. De tekens zijn – zo wordt beweerd - ontleend aan de wervelingen in de geest (Citta-vrttis). De tekens in het Sanskriet werken daarom ook als mantras.

Waarom zijn de Brahma Sutras geschreven?
Vyasa wil bij de mensen onderscheidingsvermogen aankweken, zodat er geen strijd meer hoeft te worden geleverd over interpretaties. Ondanks die principiële stellingname, namelijk dat alles Brahman is, blijft er volgens mijn bescheiden mening ruimte om niet alleen de Absolute Werkelijkheid, maar ook de relatieve (tijdelijke) werkelijkheid van deze gemanifesteerde wereld in ogenschouw te nemen, want door inzicht in het Hogere (eeuwige) zijn we wellicht beter in staat om alles wat zichtbaar wordt in de tijd en ruimte beter te begrijpen en omgekeerd. Het scherpt ons onderscheidingsvermogen en maakt ons gezond kritisch. Het verkrijgen van onderscheidingsvermogen hoort bij de geïnteresseerde en serieuze beoefenaar van Jnana Yoga. Jnana Yoga evolueert (door meditatie) door dit totale beeld naar Vijnana Yoga (hogere kennis).

De achterliggende bedoeling van de Brahma Sutras is ook om de verkeerde identificatie in het leven weg te nemen, want het is een product van onwetendheid over de Oorspronkelijkheid van ons bestaan. Deze verkeerde identificatie van onze geest met de stoffelijke, tijdelijke wereld is de grondoorzaak van het menselijke lijden en de cyclus van geboorte en dood. Een dergelijke identificatie is het gevolg dat de wereld wordt beschouwd vanuit het ego en het verstand. Die identificatie verloopt via de zintuigen. De Brahma Sutras helpen onze geest anders te conditioneren door er maar steeds (haast tot vervelens toe) er op te wijzen dat alles slechts Brahman is. Door die kennis over Brahman zullen we ons uiteindelijke kunnen bevrijden. Deze kennis zal ons brengen naar het besef dat de geestelijke mens altijd al bevrijd is geweest. Dit uiteindelijke besef is het ultieme doel van ons leven hier op aarde.

De Upanishads lijken op het eerste oog vol tegenstellingen. Ze bevatten geen consistent systeem van gedachten. Dit is wellicht ook één van de achterliggende reden dat Vyasa (een Yogi wijze uit India) - naast de verwijzing dat alles Brahman is - de filosofie van de Upanishads in de Brahma Sutras heeft gesystematiseerd. De Sutras (aforismen) weerleggen alle zogenaamde tegenstellingen welke zijn ontstaan door verkeerde interpretaties. Voor hen die het ware inzicht hebben, zijn er geen tegenstellingen. Voor hen geldt dat er maar één Absolute Brahman die Sat-Chit-Ananda (goddelijke bewustzijn en zaligheid) is. Het verschijnen van deze wereld is slechts veroorzaakt door Maya, de illusoire kracht van Brahman die zelf “noch Dit, noch Dat is” (Nirguna).

Brahman is de enige Werkelijkheid. De individuele ziel (Jivatman) heeft zich zelf begrensd door onwetendheid en identificatie met het lichaam. De goddelijke oorsprong is vergeten. Door zelfzuchtige activiteiten geniet de ziel van de vruchten van zijn handelingen. Hij wordt Actor en Genieter. Door ervaringen in dit leven moet die goddelijke oorsprong weer herontdekt worden. Door studie of meditatie op Brahman verwerft hij weer die oorspronkelijke kennis. De kenners van Brahman gaan naar Brahmaloka en ontvangen finale bevrijding door deze hoogste kennis te realiseren. Kennis van Nirguna Brahman is de enige weg naar bevrijding (Moksha).Deze gedachtegang sluit aan bij het Bijbelse verhaal van het paradijs en de zondeval van de ziele mens.

Het verhaal van de zondeval
God had een paradijs (Hof van Eden) en de ziele mens geschapen. De ziele mensen overtraden het gebod van God en aten toch de vruchten van de boom van goed en kwaad. Vanaf dat moment werd de mens wezens van vlees en bloed en moest sterven. Adam en Eva werden verbannen uit het paradijs en aan de vier poorten werden engelen met vlammende zwaarden als bewakers neer gezet om te voorkomen dat de mens weer zou eten van de vruchten van de boom van kennis. In het “zweet des aanschijns” moesten zij nu hun brood verdienen en moesten de vrouwen kinderen baren. Adam werd 930 jaar oud. De eerste nakomelingen werden toen ruim 900 jaar (Genesis).

Welke achtergrond kennis heb je nodig om de Brahma Sutras te begrijpen?
Zoals blijkt uit het verhaal van Adam en Eva moet je kennis dragen van de Bijbel. Naast kennis van de Bijbel kun je de Brahma Sutras pas goed begrijpen als je ook enige kennis draagt van de 12 klassieke Upanishads. Ook verkrijg je meer inzicht als je iets meer weet over de achtergronden van Indiase traditie en de verschillende filosofische richtingen in de Yoga. Om die reden geef ik eerst enige toelichting op de Indiase traditie.

Waar gaan de Vedas inhoudelijk over?
De Veda’s zijn verzamelingen van heilige lofzangen. Deze lofzangen waren aan de priesters geopenbaard. Men noemt ze in het Sanskriet “Shrutis”. Dat betekent “dat wat gehoord moet worden”.
Er bestaan vier Veda’s die waren bestemd voor de hoofdpriesters. Deze leidden het Somaoffer. Dat laatste is een offer waarbij men hallucinerende middelen (soma-sap) gebruikten voor goddelijke beleving bij de erediensten in de tempels. Binnen de Yoga is dit gebruik van stimulerende middelen thans afgezworen.

1. Rig Veda (verering van wijsheid).
Dit werk is het belangrijkste deel, dat bestaat uit ruim 1000 gezangen onderverdeeld in verschillende boeken. Het waren eerbetonen aan de Indiase goden, maar voornamelijk van de god Indra (te vergelijken met Hercules), bij uitstek de god van de Ksatriyas (krijgers en vorsten). De meeste goden waren de belichaming van natuurverschijnselen, zoals de zon, maan, rivieren, oceaan, bergen e.d. Deze Veda wijst op een aloud geloof dat de vele goden samen één groot en complex geheel vormden, waarin ze van elkaar afhankelijk waren om de orde van het bestaan te handhaven De samenleving moest een afspiegeling zijn van deze goddelijke orde.
Hieruit is het kastenstelsel dat wil zeggen onderling streng afgescheiden standen ontstaan. De hoogste drie kasten mochten zich Arya’s (edelen) noemen en de Veda’s lezen. De geletterden waren de Brahmanen (priesters). Dan volgden Ksatriyas (krijgslieden, vorsten). Waisyas (kooplui, landbezitters). Ten slotte de Sjoedras (ondergeschikten) en Parias (kastelozen of onderworpen volkeren).

2 en 3. Sama Veda en Athara Veda
Deze verzamelingen gaan uitsluitend over rituele aangelegenheden. De Sama Veda gaat over over gezang en muziek ter begeleiding van offers. De Athara Veda geeft richtlijnen voor de overige zaken van de ceremoniële erediensten.

4. Athara Veda
Dit boek bevat veel kennis over medische aangelegenheden en bestemd voor de inlandse medicijnman.

De zeer vroege Vedische religie was erg op de wereld en natuur gericht.
In de mythische overlevering vereerden de Hindoes verpersoonlijke natuurkrachten zoals Indra (dondergod), Agni (het vuur), Wajoe (de windgod). Maroets (de stormgoden), Roedra (de bliksemgod) en Yama (de god van de dood). Een aantal van deze goden vindt men ook terug in de Upanishads.

In het verdere vedische tijdperk begon men zich meer religieus te verdiepen. Toen ontstonden de nu gebruikelijke begrippen als Atman (levensadem die het lichaam in stand houdt), Dharma (juiste levenswijze), Brahman (de universele geest of Rita het onpersoonlijke principe die het heelal bestuurt en het ordening en ritme geeft). Over dit oorspronkelijke principe gaat het volgende vers:

Noch dood, noch onsterfelijkheid was er toen, er was geen onderscheid van dag en nacht. Dat Ene ademde zonder adem door innerlijke kracht, door de macht van zijn eigen vurigheid. Dat Ene werd geboren (Boek 10, 129:2-3)

Wat is het verschil tussen de Vedas en Upanishads?
De Upanishads zijn geëvolueerde, meer “moderne” uitwerkingen van de Vedas en opgeschreven door Rishis (wijze mannen). Zonder enige twijfel behoren de Upanishads (letterlijk “bij-neer-zitten”) tot de meest indrukwekkende religieuze teksten van onze wereld. Zij dateren van ongeveer 600 tot 200 voor Christus. Ze worden ook wel “woudboeken” of “geheime leer” genoemd. Aan de voeten van een meester kregen leerlingen in het woud onderricht in deze leer.

De Upanishads zijn wijsgeriger, poetischer en inhoudelijker dan de Vedas. Als je de Upanishads bestudeert dan krijg je het idee, dat alles in de Geest is, dat al het bestaande een verwerkelijking van de Geest is en dat de eigen geest een openbaring is van de Algeest. Zo blijkt uit de volgende tekst:

Het Ene gaat alle schepping te boven en woont toch in elk wezen en in elk ding. Het is de Algeest die zijn werelden denkt en buiten zich stelt en wederom in zich zelf terugtrekt, ze oplossende als een dromer de gestalten van zijn droom (Mandoekya Upanishad 2,1.1.).

Wat is de betekenis van brengen van offers in India?
De offers uitgelegd in de Vedas waren van tastbare, uiterlijke en rituele aard. Offers in de Upanishads zijn meer symbolischer en meer gezien als een geestelijk offer. Ook het monisme vond in de loop van de tijd steeds sterker zijn ingang. Sporen daarvan waren al wel te vinden in de Vedas. In de vroege Upanishads duidde men de allerhoogste Godheid nog aan met “het Brahman”, als een machtig scheppingswoord van Pradjapati, als een oertrilling die het goddelijke plan heeft verwerkelijkt. Zie de volgende tekst:

En wat anders de drievoudige tijd te boven gaat, dat ook is het woord AUM. Want waarlijk alles is hier Brahman, dit Zelf is Brahman (Mandoekya Upanishad 1, 1-2).

Men kende dus een tweevoudige Brahman, een tijdelijke en een ontijdelijke, een begrensd en een onbegrensde, één in veelheid van openbaring en een ander in ongeopenbaarde Eenzijn. Dit tijdelijke principe wordt Brahma, de Heer en Vader van alle schepping genoemd. De oertrilling werd het Aum. Ook de Bijbel verwijst naar dit zelfde principe. Het Evangelie volgens Johannes begint met:

In het begin was het Woord (AUM) en het Woord was bij God en het Woord was God. Dit alles was in het begin bij God (Evangelie van Johannes).

Welke zijn de belangrijkste goden in India?
Naast Brahma werden twee andere goden in India populair. Vishnu (behoeder van de wereldorde) en Siva (God van de levenscyclus). Daarnaast vereerde men Devi (de moedergodin, te vergelijken met moeder Maria). Lakshmi (de Lotusgodin) en vrouw van Vishnu. Zij staat voor liefde en schoonheid. Ganesha (de Olifantsgod) is de veel vereerde zoon van Siva en Parvati. Deze god staat voor succes in deze wereld. Ook een populaire god is Hanuman (de aapgod). Hij staat voor kracht, veelzijdigheid en dienstbaarheid. Hij komt voor in het epos Ramayana. De Devas zijn de natuurgoden uit het vedische tijdperk.

Wat is de betekenis van onsterfelijkheid?
Zoals je hebt kunnen lezen in het verhaal van Adam en Eva was de ziele mens onsterfelijk. Door verbanning uit het paradijs werd de mens sterfelijk. Na de dood werd de mens weer opgenomen in de “eeuwigheid”. De eerste mensen leefden vrij lang (ruim 900 jaar). Door de verdere zondeval leefde de mens steeds korter. Uit dergelijke verhalen kun je de evolutie van de mens ontdekken. Je zou dus kunnen zeggen dat de eerste mensen, godenmensen waren. In de mythologie van diverse volkeren komen verhalen voor van dergelijke godenmensen. Mythen zijn heilige, overgeleverde verhalen van een volk over zijn herkomst en godsdienst. Een mooi voorbeeld is de half god Hercules. Hij werd beroemd door het uitvoeren van 12 moeilijke opdrachten. Hercules was de zoon van Zeus en de aardse moeder Almene. In Griekenland werd Hercules vereerd als “beschermer tegen het kwaad”.

Het aspect van terugverdienen van de “onsterfelijkheid” komt ook in de Vedas voor. Dit onsterfelijkheidsbegrip in de Upanishads werd in de loop van de jaren steeds sterker benadrukt. Wie Atman of Brahman leert kennen komt tot onsterfelijkheid. Het einddoel van alle spiritueel streven in deze tijdelijke wereld. Beide begrippen (Atman of Brahman) duidden overigens op het zelfde principe en worden ook in de Upanishads door elkaar gebruikt. Om onsterfelijkheid te bereiken moesten in de loop van de levens (reïncarnatie) de lagere bewustzijnsniveaus worden overschreden. Denken en voelen moesten gelouterd worden, zodat het innerlijke, geestelijke licht en stilte van Atman (Brahman) te voor schijn kan komen. Daarin wordt enkel vrede beseft. Een toestand van bevrijd zijn van alles wat ons aan het tijdelijke bindt. “Hij is ontkomen aan de wereld van het zaad”, zoals in de Mandoeka Upanishad staat beschreven (3, B.2)

Hoe past nu de Yoga in het beeld van “onsterfelijkheid”?
Om daar een goed beeld van te krijgen moeten we naar de Bhagavad Gita. De Bhagavad Gita (het Lied van de Heer) is het populairste en de meest vereerde Indiase Upanishad. De Gita verhaalt hoe Arjuna opstandig werd bij het idee dat hij zijn verwanten moest doden. Krishna (de wagenmenner van Arjuna en een incarnatie van Vishnu, te vergelijken met de christelijke Jezus), werpt tegen dat hij als Ksatrya (krijger of edelman) volgens zijn dharma verplicht is te vechten. Dan ontspruit zich een prachtige dialoog. Daarin legt Krishna de diepere betekenis van alle Yogavormen uit midden op het slagveld (van de ziel Kurushetra). Krishna noemt de volgende wegen om tot “onsterfelijkheid” te komen: opdoen van geestelijke kennis (jnana) en onderscheidingsvermogen (vivekhyati), juist handelen (karma), volgen van je levensdoel, zoals past bij je geboorte (dharma) en liefdevolle toewijding aan de Heer (Bhakti). We zullen nu wat dieper in gaan op het belang van de Yoga om te komen tot “onsterfelijkheid”.

Wat is de diepere betekenis van Yoga in relatie tot de heilige boeken?
Yoga is de wetenschap van religie of de wetenschap van de ziel.
Het heeft als doel om de mens “God” (Brahman) te vinden. Het gaat uit van de gedachte dat de ultieme Waarheid is te realiseren in je zelf vanuit een intuïtieve gevoelswaarneming in meditatie. Daarvoor is het nodig om je egobelemmeringen op te heffen. Patanjali noemt dit Citta-Vikshepas. Hij geeft een negental belemmeringen. Deze zijn: ziekte, loomheid, twijfel, onachtzaamheid, luiheid, wereldgezindheid, waan, begoocheling, onvermogen en onstandvastigheid. Deze belemmeringen leiden tot zelfververvreemding. Dit houdt in dat je bent vervreemd van het gevoel wie je in werkelijkheid bent, namelijk een Godmens.

De geest is door deze belemmeringen in verwarring en de uiterlijke symptomen van een verwarde geest zijn: wanhoop, nervositeit en zware ademhaling. Hij acht het van groot belang om een duidelijk hoger doel in je leven te hebben en een houding aan te kweken van vriendelijkheid, mededogen en onverschilligheid ten aanzien van geluk, ellende, deugd en verdorvenheid. (sutra 30-33).

Het pad van herontdekking van je ware zelf loopt volgens de oude Yogageschriften via de ruggengraat en de energiecentra. Dit pad is in staat om je bewustzijn te verruimen en je beperkingen los te laten. Via de kosmische vibratie (Pranava Sabda: AUM) kan een mens opgeheven worden tot Christusbewustzijn (zoon van God) en tot God de Vader (Brahman). Jezus verwijst hier ook naar door te zeggen dat dat het Koninkrijk Gods binnen handbereik is voor een ieder die wil horen en zien. Echter (zoals in de Bijbel staat) vele zijn geroepen, maar weinige geven gehoor aan die roep. In de Bhagavad Gita ( 11:69) staat: “Dat wat nacht is voor de schepselen (die niet horen of zien) is dag voor hen die meesterschap heeft verworven over zich zelf”. Alle grote leraren (Boeddha, Jezus, Mohamed) beoefenden Hogere Yoga en hadden meesterschap verworven. Een dergelijk meesterschap gaf hen vermogens te genezen en de zielekracht in mensen op te wekken. Zeker in de “donkere periodes” van het menselijke bestaan, geven zij de richting aan op dit heilige pad.

Het woord Yoga betekent letterlijk “onder een juk brengen”. Vrijer vertaalt: “beheersen van lichaam en geest of “éénwording met het innerlijke of goddelijke Zelf”. Het woord “beheersen” wordt in de Yoga anders uitgelegd dan het woord doet vermoeden. Beheersen is de kunst van het loslaten.
In de Yoga past men een verzameling van psycho-soma-tische technieken toe om de mens te ondersteunen in zijn persoonlijke ontplooiing. De oefeningen van Yoga zijn er bijvoorbeeld op gericht om emoties, zintuigen en gedachten te kunnen beheersen. Via beoefening van deze Yogatechnieken kan ieder mens het doel van de Upanishads, namelijk het verkrijgen van onsterfelijkheid, bereiken.

Yoga kent verschillende vormen. Sommige vormen richten zich meer op de fysieke ontplooiing, terwijl andere vormen meer de geestelijke ontplooiing benaderen. Samen vormen zij een geestelijke ladder die een verbinding vorm tussen hemel en aarde. Voorbeelden zijn: Hatha Yoga (zon en maan), Laya Yoga (opgaan), Mantra Yoga (geluid), Tantra Yoga (sexualiteit), Jnana Yoga (kennis), Karma Yoga (handelen), Kundalini Yoga (slangenkracht), Bhakti Yoga (liefde) en Raja Yoga (klassieke Yoga). Deze laatste Yogavorm heeft de Yogasutras van Patanjali als basis. 

Er zijn diverse Samhithas die de Yogaoefeningen nader hebben uitgewerkt, zoals: Siva Samhitha en Gheranda Samhitha. De Asthavakra Samhitha heeft een meer filosofische inslag. De meest gebruikte versie voor Yogatechnieken is die van de Hatha Yoga Pradipika van Svatmarama. Vanuit de Shankyafilosofie ontstond inzicht in de subtiele anatomie van de mens volgens de Yogatraditie. De Sankhya staat ook bekend als de wetenschap van de Ziel.

Aan vele Yogaoefeningen, vooral de ademhaling en meditatie, wordt een mystieke betekenis gegeven die niet iedereen begrijpt. Van belang is te beseffen dat de Upanishads en Yoga beide gebaseerd zijn op geestelijke levenservaring en ontplooiing van het bewustzijn. De klassieke Yoga kent geen enkel dogmatisme en verzoent zich met alle religies op aarde.
Ten slotte: Wat is het Yogastelsel volgens Patanjali?
De Yogasutras van Patanjali vormen dé filosofische basis voor de hedendaagse Yoga. Het uitgewerkte stelsel in de Yogasutras kent acht stappen (astangas). Toepassing van deze stappen wordt het “koninklijk pad” genoemd. Vandaar de naam “Raja Yoga”. De acht stappen in de Raja Yoga zijn:

  • Yama: verwijst naar de vijf universele normen die gelden voor alle wezens op aarde:
  1. Ahimsa: geweldloosheid
  2. Satya: waarheid
  3. Asteya: niet stelen
  4. Brahmacharya: kuisheid
  5. Aparigraha: afzien van gehechtheid aan bezittingen
  • Niyama verwijst naar de vijf persoonsgerichte voorschriften
  1. Shaucha: lichamelijke reinheid
  2. Santosha: tevredenheid
  3. Tapas: brandende ijver of discipline
  4. Svadhyaya: zelfbeschouwing
  5. Ishvarapranidhana: volledige overgave aan Ishvara (Brahman)
  • Asana: lichamelijke oefening
  • Pranayama: ademhaling en energiebeheersing
  • Pratyahara: terugtrekking in de zintuigen
  • Dharana: concentratie
  • Dhyana: meditatie
  • Samadhi: contemplatie of volledige overgave

1Deze Upanishads zijn naar tijdsvolgorde: Brihadaranyaka, Tsjandogya, Taittiriya, Aitareya, Kausjitaki, Kena, Kathaka, Isja, Moendaka, Prasna, Mandoekya, Swetasjwatara, Maitrayana Upanishad. Ook de Bhagavad Gita wordt beschouwd als een Upanishad.
2Gebruik is gemaakt van het lezenswaardige boekje met de titel “De Veda’s – tijdsloze wijsheid uit de Indiase traditie-“ van Virander Kumar Arva, uitgeverij Libero. Daarnaast van Oepanishads, van Ir. J.A. Blok, uitgeverij Ankh Hermes BV.