Berichten

Welkom bij het laatste nieuws en alle laatste agendapunten die u niet mag missen!

Vorige pagina | Overzicht

Misbruikte hulp

Toegevoegd op 30-11-1999

Het aanbieden van hulp wordt nog wel eens misbruikt, maar uiteindelijk zegeviert toch altijd de gerechtigheid. Zo ben ik een keer betrokken geweest bij een geval waarbij een hulpvaardige burger een gewonde vrouw hielp, maar daarna wel met haar portemonnee ervan door ging. Omgekeerd kan ook voorkomen. Dit verhaaltje gaat hierover.

Er was eens een koopman die op reis was van de ene plaats naar de andere om zijn waar te verkopen. Onderweg viel zijn oog op een grote kooi. Mensen van het dorp hadden er een tijger in opgesloten. De tijger zag de man voorbij lopen en smeekte hem de kooi te openen en hem wat drinken te geven. Hij had verschrikkelijke dorst en zat al dagen zonder water. De man kreeg medelijden met de tijger, maar hij had wel zo zijn twijfels. ‘Als ik je er uit laat, dan eet je mij op.’D e tijger beloofde plechtig dat hij hem geen kwaad zou doen. De man geloofde de tijger op zijn woord en opende de kooi. De tijger, die eigenlijk meer honger dan dorst had, hield zich natuurlijk niet aan zijn woord. Hij viel de man aan en stond op het punt hem te verslinden. Vanuit deze benarde positie vatte de koopman toch nog moed en sprak: ‘Ik vind dit oneerlijk. Laat ons in ieder geval aan zes rechters vragen of jouw manier van optreden juist is of niet. Zijn zij van oordeel dat jij rechtvaardig handelt, dan kun je mij met een gerust hart opeten.’ De tijger kon zich wel in dit voorstel vinden. Gezamenlijk gingen ze op pad om zes rechters te zoeken.

Ze kwamen voorbij een Banyanboom. De koopman liep naar die boom toe en sprak: ‘O Banyanboom! Wij zoeken gerechtigheid, wilt u helpen een oplossing voor ons geschil te zoeken?’ De Banyanboom was bereid om als rechter op te treden. De man legde uit wat er was gebeurd en vroeg of het juist was van de tijger dat hij hem op wilde eten. Nadat de boom het verhaal had aangehoord, sprak hij: ‘Op hete dagen komen altijd mensen van mijn schaduw genieten. Voor hun vertrek snijden ze steevast twijgen en bladeren van mijn takken en die nemen ze mee naar huis om hun geiten mee te voeren. Mensen zijn ondankbaar en lafhartig. Tijgers mogen hen gerust verscheuren.’

De man en tijger liepen verder en zagen een kameel. De man ging erop af en vroeg de kameel om zijn mening. De kameel hoorde geduldig hun zaak aan en sprak: ‘Ik heb mijn meester al vele jaren gediend. Ik heb altijd zware lasten op mijn rug vervoerd. Nu ik oud en zwak ben, behandelt hij mij als een oud vod. Hij geeft me niet eens genoeg te eten. De mens is het niet waard om gevoelens voor te hebben. Kortom ik zie niet in waarom tijgers geen mensen mogen opeten.

Opnieuw ging het tweetal op pad. Ze kwamen onderweg een os tegen. De koopman legde de os hun geschil voor en vroeg om zijn oordeel. De os sprak: ‘Jarenlang heb ik gezwoegd voor mijn meester. Nu ik oud ben en voor hem geen nut meer heb, heeft hij mij zonder pardon in het bos achtergelaten. De mens is trouweloos. Ik ben van oordeel dat de tijger  jouw als mens mag opeten.’

De koopman bleef moed houden. Hoog in de lucht zag hij een adelaar overvliegen. Hij riep de vogel naar zich toe. De man legde zijn probleem uit en vroeg de adelaar om een oordeel te vellen. De adelaar sprak: ‘Mededogen voor de mens is als parels voor de zwijnen. Ze hoeven ons maar te zien of ze pakken hun pijl en boog en proberen ons uit de lucht te schieten. Bovendien stelen ze onze eieren. De tijger heeft het volste recht om jou op te eten.’

Toen het vonnis voor de vierde maal in zijn voordeel geveld was, begon de tijger uit vreugde in het rond te springen. Hij zei tegen de koopman: ‘Geloof je nog steeds dat iemand ten gunste van jou zal oordelen? Ik rammel van de honger, laat me jou nu toch opeten, want ik heb honger.’

De koopman bleef echtermoed houden. ‘We hebben een afspraak en ik mag nog twee rechters raadplegen. Laten we zien wat zij te zeggen hebben.’Hij liep verder en de tijger sukkelde hongerig en kwijlend achter hem aan. Weldra kwamen ze bij een brede rivier. Op de oever lag een krokodil in het zonnetje te dutten.

De koopman was ervan overtuigd dat hij van een reptiel een gunstig oordeel kon verwachten. Hij vertelde de krokodil hetzelfde verhaal en vroeg hem naar zijn mening. De krokodil antwoordde: ‘Het moment dat we met ons hoofd boven water komen, staan mensen klaar om ons te doden. Laat de tijger jou dus gerust opeten.’

In een gelaten stemming hoorde de Yogi deze beslissing aan. Hij wist dat zijn leven aan een zijden draadje hing. Met de moed der wanhoop verzocht hij de tijger om ook het laatste oordeel van de zesde rechter af te wachten. Juist op dat moment liep een vos naar de kant van het water om zijn dorst te lessen. De man riep de vos, legde hem de zaak voor en vroeg om zijn oordeel. Die had onmiddellijk door wat er aan de hand was, maar hij moest voorzichtig zijn, want een tijger is onberekenbaar en gevaarlijk. Hij bedacht een slim plannetje. De vos sprak: ‘Als rechter moet ik de kleinste details van het voorval kennen om een juist oordeel te kunnen geven. Pas als ik alles met mijn eigen ogen gezien heb, doe ik uitspraak.’

De tijger en de koopman brachten de vos naar de plek waar de kooi stond. Meteen nadat ze daar waren aangekomen, zei de vos tegen de koopman: ‘Ga precies op de plek staan waar je stond, op het moment van het voorval.’De man ging bij de kooi staan. Daarna wendde de slimme vos zich tot de tijger en vroeg: ‘Waar stond jij op dat moment?’ De tijger antwoordde: ‘Ik zat in de kooi.’ De vos vroeg: ‘Zat je in de kooi of stond je daarin? En welke kant keek je op?‘ De tijger werd ongeduldig, hij liep de kooi in en ging in dezelfde houding als tevoren staan. ‘Stond de deur open of was hij afgesloten?’, vroeg de vos. ‘De deur was vergrendeld’, antwoordde de mens. Daarop vroeg hij de man om dedeur te sluiten en op slot te doen. Nadat de koopman dat had gedaan, richtte de vos zich tot de tijger. ‘Jij had dorst. Uit medelijden heeft deze man jou vrijgelaten en als dank wilde je hem opeten. Niemand zal meer de deur voor jou opendoen. Je bent gedoemd om de rest van je leven in deze kooi te slijten.’ Vervolgens sprak hij tot de koopman: ‘Beste vriend, ga jij nu maar naar huis. Je hebt niets meer te vrezen, vaarwel.’ En de vos ging er van door.

De gelouterde koopman vervolgde opgelucht zijn weg. De tijger zat gevangen in de kooi en stierf een paar dagen later van honger en dorst.