Berichten

Welkom bij het laatste nieuws en alle laatste agendapunten die u niet mag missen!

Vorige pagina | Overzicht

Overwinning op het kwade

Toegevoegd op 30-11-1999

In oude volksverhaaltjes waren demonen halfgoden die op aarde ‘dood en verderf’ brachten en strijd leverden tegen de goden die de mensen beschermden.

Demonen (Asuras genoemd) stonden te boek als de ‘kwade krachten’ op aarde. De goden waren hun aartsvijanden. De demonen voerden voortdurend oorlog tegen deze goden die te boek stonden als de ‘goede krachten’ op aarde. Zij waren jaloers, omdat de goden beschikten over een drankje dat hen onsterfelijk maakten. De demonen hadden ooit die onsterfelijkheid verloren en waren dus gedoemd om te sterven. Dit verhaaltje gaat over strijd tussen het goede en kwade. Gelukkig overwint het goede altijd!

Ooit werden de demonen geregeerd door een machtige koning. Hij werd gedood tijdens een gevecht met de god Vishnu die in de gedaante van een wild zwijn op aarde was gekomen. Toen de broer van deze demonenkoning van de dood van zijn broer hoorde, tierde hij van woede en verdriet. De broer nam het leiderschap van de demonen op zich en gaf zijn bloeddorstige soldaten het bevel om dood en verderf te zaaien onder de goden en de mensen. De demonen trokken de wereld in en richtten een verschrikkelijk bloedbaden aan. Zelfs de goden sloegen op de vlucht voor al dit zinloze geweld.

Intussen verbleef die nieuwe koning van de demonen in de rouw over zijn broer. Hij bracht het gebruikelijke wateroffer voor de lichaamloze Ziel van zijn gestorven broer en troostte zijn weduwe. Hij nam zich voor om heer en meester over de wereld te worden. Ter verwezenlijking van dit doel, trok hij zich terug in het oerwoud en stelde hij zichzelf bloot aan de meest extreme vormen van zelfkastijding. Hij ging rechtop staan, waarbij hij slechts met één grote teen de grond raakte, strekte zijn armen boven het hoofd en richtte zijn ogen naar de hemel. Echter door afwezigheid van hun leider leden de demonen grote verliezen en wisten de goden hun rechtmatige plaats in de hemel weer te heroveren.

Vanwege zijn voortdurende zelfkastijding ontstond er in het lichaam van de nieuwe koning een intense hitte. Vlammen stegen uit zijn hoofd op en grepen in alle richtingen om zich heen. Overal ontstonden grote branden, zowel op deze wereld als daaronder en daarboven. De lagere hemelen verschroeiden en de goden snelden naar de hoger gelegen hemel van de heer Brahma, de schepper. Daar brachten ze verslag uit aan Brahma.

De heer Brahma besloot om de nieuwe demonenkoning een bezoek te brengen. De koning die de wereld in een vlammenzee had veranderd, zag Brahman naderen en maakte een knieval voor hem.

De heer Brahman was onder de indruk van zijn ascese en wilde hem voor al die eerbied belonen en sprak: ‘Doe een wens’. Maar, zoals zal blijken, was de Heer Brahman wat naïef over het doen en laten van de demonenkoning! De demonenkoning antwoordde: ‘O machtige god, Grootvader van alle levende wezens. Ik wens nimmer door de volgende dingen gedood te worden: alle soorten wapens waarmee mijn vijanden slaan of gooien, vallende bomen en rotsblokken. Ook niet door water, vuur en bliksem. Laat mij onschendbaar zijn voor goden, demonen, zieners, leermeesters en alle andere wezens die u geschapen hebt. Laat mij voor al die wezens onschendbaar zijn, in de hemel of op aarde, bij dag of bij nacht, vanuit de hoogte of vanuit de laagte’.

De heer Brahma antwoordde liefdevol: ‘Ik ben werkelijk zeer tevreden over jou. Houd op jezelf te kastijden. Jij zult alles krijgen waar je om gevraagd hebt. Voor een periode van 69.000 jaar zullen al je wensen in vervulling gaan. Sta op en hervat je leiderschap over de demonen’.

Bij het horen van deze woorden verscheen er een stiekeme glimlach van tevredenheid op het gezicht van de demonenkoning. Hij liet zich door de Heer Brahma tot koning kronen. Daarna voerde hij zijn plan voor de verovering van de drie werelden uit. Eerst overrompelde hij de wereld van de mensen, daarna viel hij de godenwereld aan. Eén voor één werden hun legers door de demonen verslagen. Voor de tweede maal zochten de goden hun toevlucht bij de heer Brahma. Hij stelde voor om de hulp van de god Vishnu's in te roepen.

Gezamenlijk gingen ze naar de plaats waar de god Vishnu in een bed lag te slapen. Nadat ze hem de nodige eer hadden bewezen, vertelden ze over hun benarde situatie en smeekten hem om hulp. Hij begreep dat de goden in groot gevaar verkeerden en stemde met hun verzoek in. Hij stond op uit zijn bed en stelde de goden gerust. Verheugd keerden de goden terug naar hun woonplaats.

Nadat ze vertrokken waren, nam de god Vishnu de behaarde gedaante aan van een half mens, half leeuw. Hij had wijd opengesperde kaken, verschrikkelijke slagtanden, lange scherpe nagels en een kop met manen die schitterden als een duizendtal zonnen. Tegen zonsondergang ging hij op weg naar de stad van de demonen. Met buitengewone moed liep hij als mens-leeuw door de straten en verpletterde de demonen die hem aanvielen met zijn bovennatuurlijke kracht. De demonen vluchten in paniek weg.

De koning van de demonen vroeg zich af waarom de koning van de dieren hierheen was gekomen? Hij wist namelijk onmiddellijk dat dit de god Vishnu was, de opperste god van evenwicht en harmonie. Alle geleerden gaven hem het advies om zijn hoofd voor die machtige god Vishnu te buigen.

De demonenkoning luisterde niet naar hun advies en antwoordde: ‘Waarom moeten wij bang zijn?’ Daarop wierp hij zich in de strijd met het beest. Hij gebruikte allerlei soorten wapens: zwaarden, speren, knotsen, stroppen, haken, vuur, enzovoort. Het gevecht tussen hen leek wel een eeuwigheid te duren. Plotseling groeide uit het lichaam van de demon een grote hoeveelheid armen, elk met een zwaard in de hand. Daarmee viel hij de mensleeuw aan, maar al zijn slagen en stoten waren vergeefs. Het einde van de strijd leek nu nabij, maar de mens-leeuw (Vishnu) greep de demonenkoning beet en legde hem dwars over zijn knieën. Met zijn enorme klauwen trok hij de ribben van de demonenkoning uiteen en rukte hem het hart uit de borst. Ogenblikkelijk viel de demon dood neer! Dat was heel slim van Vishnu omdat de demonenkoning op die manier niet meer beschermd was. Nadat de demonenkoning was gedood, liep de oudste zoon op de mensleeuw af en viel aan zijn voeten. De god Vishnu, in zijn gedaante als mens-leeuw, kroonde hem tot koning van de demonen. Deze koning sloot vrede met de mensen op aarde en goden in de hemel!

Toen de god Vishnu weer terugkwam in de hemel met het goede nieuws waren de goden, zoals Brahma en alle anderen, zeer verheugd. Ze maakten een diepe buiging voor deze lovenswaardige god en keerden zonder angst of gevaar weer naar huis terug. Het kwade was overwonnen. Je ziet uiteindelijk komt alles weer in evenwicht en ontstaat er harmonie en vrede. Immers dat is de allereerste wet die door de Allerhoogste is geschapen.